Geschiedenis van TC Bosschenhoofd (Opgericht 1979)

In de jaren zeventig groeide het aantal liefhebbers van de tennissport explosief. Tennis was niet meer exclusief voor de eliten  , maar werd een sport voor iedereen. Het ledenaantal bij de bestaande tennisverenigingen steeg zo snel, waardoor bij de meeste verenigingen een ledenstop met wachtlijsten werd ingevoerd.

De ondernemers Hellemons, Francois en Selie zagen deze ontwikkelingen en namen daarom het initiatief om achter het toenmalige Sporthotel-Bosschenhoofd een tennisaccommodatie aan te leggen bestaande uit een hal met acht binnenbanen en drie squash-banen onder de naam: HELFRA-BV. Voordien was tennis hoofdzakelijk een buitensport die ’s zomers werd beoefend, maar de moderne tennisliefhebber wilde ook in de winter kunnen spelen. Vandaar dat in die tijd in elke regio wel een of meerdere tennishallen werden gebouwd. De concurrent van HELFRA-BV was Leys, die gelijktijdig in Roosendaal zijn Leys-dream  bouwde.

In 1977 werd het tenniscomplex in Bosschenhoofd geopend door nota-bene een schaatser: Ard Schenk. Uit heel West-Brabant melden zich tennisliefhebbers ,die een baan huurden en tennislessen namen bij een van de tennisleraren:  Bridgie, W. van de Elshout, P. de Kok of  P. Scheeres. 

De exploitatie van de hal werd aanvankelijk uitgevoerd door de zoon  en dochter van de oprichter Paul Hellemons, geassisteerd door de tennisleraar Peter Scheeres, maar al spoedig werd het echtpaar Rien en Marry Kerstens aangetrokken om de horeca en baanverhuur te verzorgen.

Binnen de kortste keren was  de tennishal in Bosschenhoofd voor het winterseizoen volgeboekt.  Bij een groep tennissers die een binnenbaan huurde, ontstond al gauw het idee om een tennisvereniging op te richten. De initiatiefnemers vormden een voorlopig bestuur met technisch advies van de tennisleraar Bridgie. In dit Pre-Bestuur zaten o.a.:

  • Pierre du Roiy  uit St.Willebrord;
  • Mr. Frank Petit uit Zevenbergen als juridisch adviseur;
  • Corry van Rijthoven uit Roosendaal;
  • Jack Kleindijk uit Etten-Leur die fungeerde als voorzitter. 

Jack heeft o.a het logo van TCB ontworpen. Namens HELFRA-BV zat Bert de Lange, tevens bedrijfsleider van het sporthotel, bij het overleg van het oprichtingsbestuur van TCB.

Voor de nieuwe vereniging moesten leden worden geworven. Als beheerder van de tennisbanen deelde Rien Kerstens inschrijfformulieren uit voor het zomerlidmaatschap. Voor honderd gulden kon je zomerlid worden en mocht je op de drie betonbanen naast het sporthotel tennissen en bij slecht weer mocht je van de binnenbanen gebruik maken.

Nu er een tennisvereniging i.o was, startte  HELFRA-BV  al spoedig met de aanleg van 8 gravelbanen achter de tennishal. In het voorjaar van 1979 konden deze gravelbanen in gebruik worden genomen.  

Op een algemene ledenvergadering in de grote zaal van het sporthotel werd het eerste officiele bestuur van TCB  eind 1978 benoemd.

  • Jack Kleindijk droeg de voorzittershamer over aan Piet Peijnenburg uit Oudenbosch;
  • Jan Verschuuren uit Oudenbosch nam de ledenadministratie en competie voor zijn rekening;
  • Koos de Geus uit Roosendaal werd penningmeester;
  • Ton Koning uit Etten-Leur nam het secretariaat op zich;
  • Corry van Rijthoven behartigde de jeugdzaken;
  • Jack Veraart uit Dinteloord zorgde voor de gezelligheidstoernooitjes;
  • Crist van Agtmaal uit Etten-Leur werd algemeen bestuurslid.

Uit de samenstelling van het bestuur,dat TCB op de kaart heeft gezet, bleek duidelijk het regionale karakter van de club

De statuten, het huishoudelijk reglement en de oprichtingsakte moesten opgesteld en vastgesteld worden. Daarnaast moest een huurovereenkomst voor de 8 gravelbanen met HELFRA-BV worden afgesloten. De onderhandelingen met de zaakwaarnemer  van Paul Hellemons, Bert de Langen, gingen van start.

Aanvankelijk wilde de eigenaar dat de nieuwe tennisvereniging zou vallen onder de exploitatie van het totaal en/of namens HELFRA zou de heer de Lange deel uit moeten maken van het TCB-bestuur. Het nieuwe bestuur wilde echter een zelfstandige tennisvereniging! De onderhandelingen gingen  moeizaam. Het nieuwe bestuur dreigde zelfs  af te treden als ze geen zelfstandige vereniging zouden worden. Hellemons zwichtte. Een overeenkomst voor de huur van de 8 gravelbanen met gebruikmaking van de kleedruimten werd opgemaakt. De binnenbanen en de barexploitatie bleven in handen van het echtpaar Kersten.

De bar en de gravelbanen lagen ver van elkaar af.  Rien en zijn personeel moesten een heel eind met consumpties lopen om bij activiteiten de leden van TCB te voorzien van een drankje. Bij baan 1 en bij baan 5 lagen twee terrasjes.  Al snel werd een magazijntje achter in de hal provisorisch ingericht als bar.  Er werd een gat in de achterwand gemaakt, dat afgesloten kon worden met een Luik. Op kosten van TCB werd bij die luifel een terras aangelegd . Als de luifel open was, konden de leden van  TCB  op “hun-eigen” terras genieten. Het was gezellig daar onder de eikenbomen.

Het ledenaantal van TCB steeg snel van 400 naar bijna 700 leden. De leden vanuit de plaats Bosschenhoofd waren gering. De meeste leden kwamen uit de hele regio: van Roosendaal tot Breda en van Dordrecht tot Steenbergen.

In vergelijking met het lidmaatschap bij andere tennisverenigingen had TCB zo zijn voor-  en nadelen.  Een nadeel was de relatief hoge consumptieprijs, omdat de bar commercieel werd gerund. Het grootste voordeel was, dat je altijd kon tennissen. Bij slecht weer was er de mogelijkheid  om binnen te spelen zowel op de clubavonden als bij activiteiten.  Ook organiseerde de toernooicommissie van TCB in de wintermaanden talrijke  toernooitjes op de zaterdagavond voor de leden.

Na deze start van de Tennis Club Bosschenhoofd zijn er nog tal van ontwikkelingen geweest, die uiteindelijk geleid hebben tot de plaatselijke club ,die we nu zijn.